Pestprotocol

 

Pestprotocol 

 

                                                                                 

 

Inleiding:   Dit protocol komt voort uit het anti-pestbeleidsplan en geeft aan hoe te handelen als er gepest wordt.

Het pestprotocol heeft als doel:

 

 

Alle kinderen moeten zich in hun basisschoolperiode veilig voelen, zodat zij zich optimaal kunnen ontwikkelen.

 

Door regels en afspraken zichtbaar te maken kunnen kinderen en volwassenen, als er zich ongewenste situaties voordoen, elkaar hierop aanspreken.

 

Door elkaar te steunen en wederzijds respect te tonen stellen we alle kinderen in de gelegenheid om met veel plezier naar school te gaan.

 

 

 

Pesten op school. Hoe ga je er mee om?

Pesten komt helaas op iedere school voor, soms ook op de Klipper. Het is een probleem dat wij onder ogen zien en op onze school serieus aan willen pakken.  Daar zijn wel enkele voorwaarden aan verbonden.

 

Voorwaarden:

Pesten moet als probleem worden gezien door alle direct betrokken partijen: leerlingen (gepeste kinderen, pesters en de zwijgende groep), leerkrachten en de ouders/verzorgers (hierna genoemd:ouders).

De school moet proberen pestproblemen te voorkomen. Los van het feit of pesten wel of niet aan de orde is, moet het onderwerp pesten met de kinderen bepreekbaar worden gemaakt, waarna met hen regels worden vastgesteld.

·         Als pesten optreedt, moeten leerkrachten (in samenwerking met de ouders) dat kunnen signaleren en duidelijk stelling nemen.

·         Wanneer pesten ondanks alle inspanningen toch weer de kop opsteekt, moet de school beschikken over een directe aanpak.

·         Wanneer het probleem niet op de juiste wijze wordt aangepakt of de aanpak niet het gewenste resultaat oplevert dan is de inschakeling van een vertrouwenspersoon nodig. De contactpersoon kan het probleem onderzoeken, deskundigen raadplegen en de directie en/of bevoegd gezag adviseren. De vertrouwenspersoon is mevr. K. Oostingh. (Tel: 0527-630300)

 

Het probleem dat pesten heet:

De piek van het pesten ligt tussen 10 en 14 jaar, maar ook door jongere of oudere kinderen wordt gepest. Een anti-pestproject alleen is niet voldoende om een eind te maken aan het pestprobleem. Het is beter om het onderwerp regelmatig aan de orde te laten komen zodat het vooral preventief kan werken.

 

Hoe willen wij daar mee omgaan?

De leerkrachten volgen waar wenselijk trainingen om hun deskundigheid te vergroten. We gebruiken als leerlingvolgsysteem voor de sociaal emotionele ontwikkeling Seol. De methode Leefstijl sluit hierop aan en wordt in alle groepen gebruikt. Door middel van gesprek, spel e.d. creëert de leerkracht mogelijkheden om gedachten en gevoelens uit te wisselen. Hierdoor zal het groepsgevoel vergroot worden. Het team wil graag een “schoolgevoel” creëren door gezamenlijke momenten te organiseren.

Om de kinderen te laten ervaren dat verschillende typen mensen elkaar kunnen aanvullen creëert de leerkracht in de groep geregeld momenten van samenwerken. De leerkracht heeft vaak een belangrijke rol in de samenstelling van de groepen of groepjes.

Een effectieve methode om pesten te stoppen of binnen de perken te houden is het afspreken van regels voor en met de kinderen. De leerkracht bespreekt met de leerlingen de algemene afspraken en regels in de klas aan het begin van het schooljaar. Regelmatig in het schooljaar komen de regels naar voren. Het onderling plagen en pesten wordt hier benoemd en besproken in alle groepen van de school. Vanaf groep 1 worden de regels van het pestprotocol expliciet besproken.

Het voorbeeld van de leerkrachten (en thuis de ouders) is van groot belang. Er zal minder gepest worden in een klimaat waar duidelijkheid heerst over de omgang met elkaar, waar verschillen worden aanvaard en waar ruzies niet met geweld worden opgelost maar uitgesproken. Agressief gedrag van leerkrachten, ouders en leerlingen wordt niet geaccepteerd. Iedereen hoort duidelijk stelling te nemen tegen dergelijke gedragingen.

 

Oorzaken van pestgedrag kunnen zijn:

Een voortdurende strijd om populariteit of macht in de klas of in de buurt.

Voortdurend met elkaar de competitie aangaan.

Voortdurend gevoel van anonimiteit (buitengesloten voelen).

Voortdurend in een niet-passende rol worden gedrukt.

Een problematische thuissituatie.

 

Signalen van pesterijen kunnen o.a. zijn:

Steeds een bijnaam, maar niet de eigen naam noemen.

Zogenaamde leuke opmerkingen maken over een klasgenoot.

Een klasgenoot voortdurend ergens de schuld van geven.

Briefjes doorgeven.

Vervelende e-mails sturen.

Beledigen.

Negatieve opmerkingen maken over kleding.

Isoleren.

Buiten staan opwachten, slaan of schoppen.

Op weg naar huis achterna rijden.

Bezittingen afpakken.

Schelden of schreeuwen tegen het slachtoffer.

 

Deze lijst is niet volledig. Leerkrachten en ouders moeten daarom alert zijn op de manier waarop kinderen met elkaar omgaan en duidelijk stelling nemen wanneer bepaalde gedragingen hun norm overschrijden.

 

 

De 10 regels vanuit het pestprotocol voor de kinderen zijn:

1.   Iedereen is evenveel waard, ook al zie je er anders uit.

2.   Iedereen mag meedoen.

3.   Als je iets van een ander wilt gebruiken vraag je daar eerst naar.

4.   We spreken elkaar aan bij de voornaam.

5.   Je lacht een ander kind niet uit en je roddelt niet over andere kinderen.

6.   Je bedreigt elkaar niet en je doet elkaar geen pijn.

7.   Je accepteert een ander kind zoals hij of zij is.

8.   Je bemoeit je niet met een ruzie door zomaar partij te kiezen

9.   Als je zelf ruzie hebt, praat het eerst uit; lukt dat niet dan meld je dat bij de overblijfkracht of de leerkracht.

10.      Als je ziet dat een kind gepest wordt, dan vertel je dat aan de overblijfmoeder of de leerkracht. Dat is dan geen klikken!!!

 

 

De belangrijkste regel van het pesten luidt:

Word je gepest, praat er dan thuis en op school over. Je mag het niet geheim houden!

 

Stelregels voor leerkrachten en ouders:

 

REGEL  1:

Een belangrijke stelregel is dat het inschakelen van de leerkracht niet opgevat wordt als klikken. Vanaf de kleutergroep brengen we de kinderen dit al bij.

 

REGEL  2:

Een tweede stelregel is dat een medeleerling ook de verantwoordelijkheid heeft om het pestgedrag bij de leerkracht aan te kaarten. Alle leerlingen zijn immers verantwoordelijk voor een goede sfeer in de groep.

 

REGEL  3:

Samenwerken zonder bemoeienissen:

School en gezin halen voordeel uit een goede samenwerking en communicatie. Dit neemt niet weg dat iedere partij moet waken over haar eigen grenzen. Het is bijvoorbeeld niet de bedoeling dat ouders naar school komen om eigenhandig een probleem van hun kind op te lossen. Het is wenselijk dat ouders het pesten op school via de school bespreken. In geval van pesten zullen de directie en de leerkrachten hun verantwoordelijkheid moeten nemen en indien nodig overleg voeren met de ouders. De intentie van de school is om met alle betrokkenen goede afspraken te maken om het probleem samen op te lossen.

 

Aanpak van de ruzies en pestgedrag in stappen:

Wanneer leerlingen ruzies met elkaar hebben en/of elkaar pesten proberen zij en wij:

 

STAP  1:

Er eerst zelf (en samen) uit te komen.

 

STAP  2:

Op het moment dat een van de leerlingen er niet uitkomt, heeft deze het recht en de plicht het probleem aan de meester of juf voor te leggen. De leerkracht maakt aantekening hiervan  (signaalformulier pesten).

 

STAP 3:

De leerkracht brengt de partijen bij elkaar en probeert samen met hen de ruzie of pesterij op te lossen en maakt (nieuwe) afspraken. De afspraken worden op schrift gesteld en komen in het dossier van de pester en de gepeste. Bij herhaling van ruzie of pesterij volgen sancties. (zie bij consequenties).

 

STAP 4:

Bij herhaaldelijke ruzie of pestgedrag neemt de leerkracht duidelijk stelling en houdt een corrigerend gesprek met de leerling die ruzie maakt of pest. De sancties (zie bij consequenties) treden in werking. De leerkracht doet melding in het team. Verslaglegging wordt gedaan in en komt in het dossier van de kinderen.

 

De leerkracht biedt altijd hulp aan de gepeste en begeleidt de pester, indien nodig in overleg met de ouders en/of externe deskundigen.

 

Heeft de leerkracht het idee dat er sprake is van onderhuids pesten, dan stelt de leerkracht een algemeen probleem aan de orde om langs die weg bij het probleem in de klas te komen.

 

STAP 5:

Bij de derde melding worden de ouders in een persoonlijk gesprek op de hoogte gebracht. De school heeft alle activiteiten vastgelegd in een map en de school heeft al het mogelijke gedaan om een einde te maken aan het pestprobleem. Leerkracht en ouders proberen in goed overleg samen te werken aan een bevredigende oplossing. Verslaglegging van het gesprek en gemaakte afspraken komen in het dossier.

 

 

STAP 6:

Bij verder aanhoudend pestgedrag wordt melding gedaan bij de directeur. Er komt een gesprek tussen de directeur en de ouders. 

De directeur geeft aan welke sancties bij aanhoudend pestgedrag kunnen volgen. Er volgt verslaglegging van het gesprek.

 

STAP 7:

In extreme gevallen kan de directeur het schorsingsbeleid en verwijderingsbeleid in werking stellen (zie hiervoor het anti-pestbeleidsstuk en de beleidsmap Aves.

 

Mogelijke consequenties:

- Een schriftelijke opdracht zoals een stelopdracht over de toedracht en zijn of haar rol in het probleem.

- Door gesprek: bewustwording voor wat pesten voor een gepest kind betekent.

- Eén of meerdere pauzes binnen blijven.

- Nablijven tot alle kinderen naar huis vertrokken zijn.

- Afspraken maken met de pester over gedragsveranderingen. De naleving van deze afspraken komen aan het eind van iedere week (voor een periode) in een kort gesprek aan de orde.

- Of een andere straf naar idee van de leerkracht

 

 

BEGELEIDING VAN DE GEPESTE LEERLING:

- Begrip tonen en luisteren en vragen: hoe en door wie wordt er gepest.

- Nagaan hoe de leerling zelf reageert; wat doet hij/zij voor, tijdens en na het pesten.

- Huilen of heel boos worden is juist vaak een reactie die een pester wil uitlokken. De leerling in laten zien dat je op een andere manier kunt reageren.

- Zoeken en oefenen van een andere reactie, bijvoorbeeld je niet afzonderen.

- Nagaan welke oplossing het kind zelf wil.

- Sterke kanten van het kind benadrukken.

- Belonen (schouderklopje) als de leerling zich anders/beter opstelt.

- Praten met de ouders van de gepeste leerling en de ouders van de pester.

- Het gepeste kind niet te veel beschermen, bijvoorbeeld de ouders van de pester bellen, uw kind naar school brengen, of tegen uw kind zeggen: “ik zal het de pesters wel eens gaan vertellen”. Hiermee plaats je het gepeste kind juist in een uitzonderingspositie waardoor het pesten kan toenemen.

 

 

BEGELEIDING VAN DE PESTER:

- Praten; zoeken naar de reden van het ruziemaken/pesten (baas willen zijn, jaloezie, verveling, aandacht willen, buitengesloten voelen).

- Laten inzien wat het effect van zijn/haar gedrag is voor de gepeste.

- Excuses aan laten bieden.

- In laten zien welke sterke (leuke) kanten de gepeste heeft.

- Pesten is verboden in en om de school, wij houden ons aan deze regel. 

- Straffen als het kind wel pest, belonen (schouderklopje) als het kind zich aan de regels houdt.

- Kind leren niet meteen kwaad te reageren, leren beheersen, de “stop - eerst nadenken - houding” of een andere manier van gedrag aanleren.

- Contact tussen ouders en school; elkaar informeren en overleggen.        - Inleven in het kind, wat is de oorzaak van het pesten.

- Zoeken van een sport of club waar het kind kan ervaren dat het contact met andere kinderen wel leuk kan zijn.

- Inschakelen van hulp, sociale vaardigheidstrainingen, GGD, huisarts.

 

 

BEGELEIDING VAN DE MEELOPERS EN DE ANDERE KINDEREN:

- Het probleem bespreken in de klas.

- Stimuleren dat een kind een eigen standpunt inneemt en eventueel opkomt voor de gepeste leerling.

- Bespreken met de leerlingen dat “ meedoen” met de pester kan leiden tot verergering van het probleem.

- Kinderen in laten zien wat het effect  van zijn/haar gedrag  kan zijn voor de gepeste.

- Positieve kanten van het gepeste kind in beeld brengen.

- Kinderen aanspreken op hun verantwoordelijkheid voor het behoud van een goede sfeer in de groep.

- Benadrukken dat iedereen verschillend mag zijn

- Zo nodig school- en groepsregels herhalen

 

 

ADVIEZEN AAN DE OUDERS:

Ouders van gepeste kinderen:

- Probeer de communicatie met uw kind open te houden, blijf in gesprek.

- Pesten op school kunt u het beste direct met de leerkracht bespreken.

- Door positieve stimulering en zgn. schouderklopjes kan het zelfrespect vergroot worden of weer terug komen.

- Stimuleer uw kind tot het beoefenen van een sport.

- Steun uw kind in het idee dat er een einde aan het pesten komt.

 

Ouders van pesters:

- Neem het probleem van uw kind serieus.

- Raak niet in paniek. Elk kind loopt kans pester te worden.

- Probeer achter de mogelijke oorzaak te komen.

- Maak uw kind gevoelig voor wat het een ander aandoet.

- Besteed extra aandacht aan uw kind.

- Stimuleer uw kind tot het beoefenen van een sport.

- Corrigeer ongewenst gedrag en benoem het goede gedrag van uw kind.

- Maak uw kind duidelijk dat u achter de beslissing van de school staat.

 

 

 

Alle andere ouders:

- Neem de ouders van het gepeste kind serieus.

- Stimuleer uw kind om op een goede manier met andere kinderen om te gaan.

- Corrigeer uw kind bij ongewenst gedrag en benoem goed gedrag.

- Geef zelf het goede voorbeeld.

- Leer uw kind voor anderen op te komen.

- Leer uw kind voor zichzelf op te komen.

 

 

Het pestprotocol is gezamenlijk onderschreven door de leerkrachten en de medezeggenschapsraad van Samenwerkingsschool de Klipper.

 

 

Ondertekening:

21-03-2011

 

Namens de MR:

B. van Beveren          

 

Namens het team:

W. Kortekaas

 

Namens de directie:

M. den Dekker